Geschiedenis kerk Burgwerd

Bouwgeschiedenis en exterieur

De oorsprong van de aan Sint Johannes gewijde kerk van Burgwerd is moeilijk te dateren. In oude geschriften wordt gesproken over een altaarwijding omstreeks 1100. Aangenomen wordt dat de kerk in de 13e eeuw is gebouwd. Omstreeks 1515 trok de beruchte “Zwarte Hoop” plunderend en brandstichtend rond dit deel van Friesland. Het is mogelijk dat de Romaanse kerk toen gedeeltelijk is verwoest en daarna in Gotische trant is herbouwd. Bij de verbouwing van de kerk tussen 1724 en 1726, zijn de mren door Feike Wobbes ommetseld met ouder materiaal en de vernster in het ship aan de zuidzijde zijn daarbij vergroot. de korfbogie vernsters met geporfileerde omlijsting aan de noord- en zuidzijde van het koor, zijn van ouder datum. Het koor heeft een vijfzijdige sluiting. In het naar het oosten gerichte deel bevindt zich een dichte gemaakt rond venster. De steunberen aan de zuidzijde zijn inde 19e eeuw aangebracht. Tijdens een restauratie van de zuidmuur ron 1990 is een origineel Romaans venster weer in zicht gebracht. Aan de noordzijde, boven de ingang, is het Gotische venster hersteld. De toegangsdeur van de kerk bevindt zich aan de noordzijde, wat een gevolg is van de ligging van het dorp ten opzicht van de kerk. Zo is ook alleen op de noordkant van de toren een wijzerplaat van het uurwerk aangebracht.

Toren

De oorspronkelijke toren zag er totaal anders uit. Deze had, blijkens een 18e eeuwse prent van Burgwerd, aan de noord- en zuidzijde een hoogopgaande topgevel met klimmend boogfries en een forse achtkantige spits, ook wel helm genaamd. In 1816 is de toren gewijzigd, gedeeltelijk ommetseld en van de huidige spitsbekroning voorzien. Aan alle zijden heeft de toren twee galmgaten. De toegang bevindt zich aan de westzijde, met een spitsboogvenster er boven.
De kleine klok, gegoten in 1512, heeft de Duitse bezetting overleefd. De in 1656 gegoten klok is niet teruggekeerd.
De torenspits heeft als windwijzer een haan en op het oostelijke uiteinde van het dak staan een windwijzer met daarin het dorpswapen.

Interieur

De kerk wordt overdekt door een houten tongewelf met ribben. De historische houten steunconstructie, bestaand uit muurstijlen, korbelen, sleutelstukken en balken, is gaaf bewaard gebleven. Daarvan zijn de elementen in het koor ouder dan in het schip. Had het koor van de kerk het geweld van de Zwarte Hoop doorstaan en moest het schip na 1515 worden herbouwd?

De nog bestaande complete eikenhouten inrichting is in de periode 1724-1726 tot stand gekomen naar het ontwerp van Claes Bockes Balck, stadstimmerman te Leeuwarden. De opstelling van het meubilair is een karakteristiek voorbeeld van een protestants kerkinterieur. Bij de restauratie van het interieur in het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw zijn de zitplaatsen uit het koor verwijderd en heeft deze ruimte een liturgische functie gekregen. De nis in de zuidoostwand van het koor is oorspronkelijk waarschijnlijk een piscana geweest, een waterafloop van het altaar.

De preekstoel is in 1727 gemaakt. Het snijwerk is vermoedelijk vervaardigd door de Leeuwarder steen- en beeldhouwer Jaen Oenema, die in elk geval te boek staat als de leverancier van het snijwerk op en aan de wand tussen de kerkruimte en de voorkerk. De preekstoel is op de hoeken versierd met blad-, bloem- en vruchtfestoenen. Op het voorpaneel zijn bladwerkornamenten aangebracht. de andere panelen bevatten gesneden afbeeldingen van vrouwenfiguren, die geloof, hoop, liefde en gerechtigheid voorstellen. Op de trappaal staan een leeuw met een schild. Bijzonder en tevens uniek voor Friesland is, dat de preekstoel uitgerust is met een zandloperhouder, waarin zich een zandloper bevindt. Het was een geschenk van de toenmalige predikant Ds. Henricus van Thoon. Het doophek, waarvan de bovenrand steunt op balusters, sluit aan bij het overige meubilair.
De herenbank tegen de zuidmuur is in 1726 gemaakt voor de familie Ockinga, die op Doniastate woonde. De overhuiving steunt op kolommen met gesneden ranken. Thans doet deze bank dienst als kerkenraadsbank.
De dichte mannenbanken zijn terrasgewijs en evenwijdig aan de noordmuur opgesteld. De vrouwenbanken met open rugleuningen vanwege de vele rokken, staan dwars op de zuidmuur. De voorste bank aan deze zijde is de Buwalda-bank. Een aantal generaties van de familie Buwalda heeft in Burgwerd geweend en er ook kerkelijke ambten bekleed.
De vier gesneden kinderfiguren of putti voor de galerij stellen de vier jaargetijden lente, zomer, herft en winter voor.

In het koor hangen twee borden. Op het ene staat Mozes afgebeeld met de twee tafels van de tien geboden. Het andere is een memoriebord ter gelegenheid van de vernieuwing van de kerk in 1726 met de wapens van de kerkvoogden Adrianus Grons, Jan Reiners Buwalda, Paulus Gerrijts Bijlsma, Jan Classen Andela en van de predikant Henricus van Thoon. Daaronder een gelegenheidsgedicht.
Het memoriebord is het oorspronkelijke bord, met op de achterzijde de wetsborden en een afbeelding van Mozes met twee horens. Dit bord stond, voordat de kerk in 1735 een orgel kreeg, op de afscheiding boven de toegangsdeuren tussen de voorkerk en de kerkruimte, de tien geboden naar de kerkruimte gericht, de memoriezijde naar de voorkerk. Bij de bouw van het orgel, verhuisde het bord naar het koor met de memoriezijde als voorkant. Het bord heeft toen vermoedelijk in het midden gehangen. Tijdens de Franse overheersing werd het omgedraaid, de wapens mochten niet meer zichtbaar zijn. Na de Franse periode werd het bord weer gedraaid. Om te voorkomen dat de wetten uit het zicht zouden verdwijnen, werden de twee wetsborden overgebracht naar een nieuw bord, met een nieuwe Mozes zonder horens.

De grote zerk in het koor is in 1550 gehouwen door de steenhouwer Vincent Lucas voor Joost Ockinga en Luts Minnema. De decoratiemotieven zijn ge├»nspireerd op de Renaissaince en de zuidelijke Nederlanden. Zoals verder op de zerk staat vermeld is in 1645 voor de nakomelingen van Maria Sternsee, weduwe van Lolle van Ockinga, een grafkelder onder het koor gemaakt. Lolle van Ockinga was “in leeven Raed der Admiraliteit in ’t Noorder Kwartier”. Blijkens de zerk zijn verder in de grafkelder telgen van het geslacht Ockinga bijgezet, die belangrijke bestuurlijke en militaire functies bekleedden. Op 25 oktober 1730 “des nachts bij fakkellicht” vond de laatste bijzetting in het familiegraf plaats van de hoogbejaarde, te Oosterlittens overleden Sophia Amelia Maria van Ockinga. Zij was rooms-katholiek.

In het schip van de kerk ligt een grote zerk met ornamentwerk in barokstijl van het voorname boerengeslacht Grons, dat een state bewoonde tussen Burgwerd en Hichtum. De tragische geschiedenis van het gezin van Adrianus Grons en Yttje Buwalde is van de zerk te herleiden. Tussen 1723 en 1735 stierven zes zoons uit dit gezin: Jacob, Hiette, Rein, Willem, Claes en Reinier. Beide laatstgenoemde broers waren student in Franeker. De vader Adrianus Grons “in leeven Bysitter en Mederechter over Wonseradeel” was in 1726 overleden. Diens moeder Antje was een nicht van de dichte Gysbert Japiks. Yttje Buwalde overleed in 1755.